Kennis over hoe je lichaam werkt is cruciaal om te kunnen ontdekken en begrijpen waar je grenzen liggen. In dit artikel beginnen we met het begrijpen van de energiehuishouding. Ons lichaam bevat namelijk een heleboel energiefabriekjes die de energie produceren waarmee we activiteiten kunnen doen. Dit systeem werkt niet meer naar behoren bij bijvoorbeeld ME patiënten. Maar ook bij andere ziektes, waaronder veel auto-immuunziektes, werken deze fabriekjes niet goed. Daardoor hebben veel chronisch zieke patiënten last van energieloosheid en uitputting.

Dit artikel bevat een ietwat ‘simplistische weergave’ van ons energiesysteem. Het is daardoor niet meer dan een start om de energiehuishouding te begrijpen, maar voor écht begrip van het hele metabolisme zijn er meer details en is er meer kennis aanwezig. Als je het dus goed wil doorgronden zou je een uitgebreidere studie moeten doen naar de stofwisseling, het metabolisme en de mitochondriën. Hierover is op internet heel veel informatie te vinden. Om een start te maken begin ik in dit artikel met een wat simpelere weergave.

Drie energiesystemen

Er zijn 3 energiesystemen in ons lichaam die ons voorzien van energie om activiteiten te ondernemen.

  1. ATP-CP systeem, creatine & ATP cyclus – Accu
  2. Anaeroob systeem, glycolyse zonder zuurstof – Oplader
  3. Aeroob systeem, glycolyse met zuurstof & citroenzuurcylus – energiefabriekjes 

Het eerste systeem, AT-CP systeem, heeft energie opgeslagen in een accu voor de eerste 15 sec tot max 2 minuten dat je extra energie van je lichaam vraagt. Als je bijvoorbeeld op een bankje in het bos zit en je staat op om je stevige wandeling (waarbij je een net een beetje gaat hijgen) te vervolgen dan is er extra energie nodig en komt er eerst energie uit deze accu, zodat de andere 2 systemen even tijd hebben om goed verder op te starten en te versnellen.

Het tweede systeem levert snel energie zonder dat je zuurstof nodig hebt voor de verbranding, maar levert niet heel veel energie. Het derde systeem duurt wat langer en heeft veel zuurstof nodig, maar levert wel veel energie in één keer op.

Het tweede en derde systeem functioneren constant op een rustig tempo, zodat je je rustige dagelijkse activiteiten kunt uitvoeren die onder je anaerobe drempel liggen (activiteiten waarbij het aerobe systeem (MET zuurstof) minder hoeft bij te dragen om voldoende energie te maken). Maar zodra je een activiteit gaat doen die meer energie vraagt (boven de anaerobe drempel – dus waarbij het aerobe systeem een grotere bijdrage moet leveren aan de energieproductie) moeten de oplader en de fabriekjes opschalen, zodat je energie blijft houden.

Het metabolisme/ De stofwisseling

Ons lichaam bestaat uit miljoenen, miljarden cellen. Elke cel in ons lichaam bevat weer meerdere mitochondriën.
En elke mitochondrië is 1 energiefabriekje. In die fabriekjes wordt energie gemaakt met een proces dat de ‘citroenzuurcyclus’ wordt genoemd. Kortom: er zijn heel erg veel energiefabriekjes in ons lichaam die via een uitgebreid proces energie maken voor ons!

Alle voeding die wij tot ons nemen zijn grondstoffen voor onze energiefabrieken. De voedingsstoffen als grondstoffen worden of direct naar onze energiefabrieken gebracht of worden eerst opgeslagen in de opslag van ons lichaam. In de fabrieken worden de grondstoffen ‘verbrand’ tot energie (ATP). Daarvoor is dus warmte en zuurstof nodig, want we weten dat verbranding altijd bestaat uit 3 componenten: een brandbare stof, warmte en zuurstof. De warmte is in de fabrieken aanwezig, de grondstoffen worden aangevoerd en ook de zuurstof word aangevoerd naar de fabrieken.

Je fabriek werkt (onder je anaerobe drempel) altijd op een rustige stand en gelijktijdig met je oplader systeem. In die stand is er tijd en ruimte om, naast glucose waar de fabriek een voorkeur voor heeft, ook vetzuren te verbranden in de fabriek als de glucose opslag leeg is (na ongeveer 30-45 minuten). Vetzuren kunnen niet goed door de bloed-hersen barrière dus er is altijd voldoende glucose nodig om te kunnen functioneren. Als er glucose ‘overblijft’ dan wordt het (met insuline) omgezet in vetzuren en opgeslagen.

Uit de vetopslag (die veel groter is dan de glucose opslag) worden met kruiwagens (L-carnitine) vetzuren naar de mitochondriën gebracht om daar verbrand te worden. Vet verbranding is een lastiger proces en kost meer energie dan glucose verbranding, maar het levert uiteindelijk wel meer energie op dan je met glucose kan maken. 1 glucose molecuul levert   Er is meer zuurstof nodig voor vetverbranding dan voor glucose verbranding, maar je ademt in deze stand rustig en diep en je lichaam heeft daarom de ruimte om voldoende energie te halen uit de vetzuren. Je lichaam zal dus eerst de glucose voorraad opmaken, maar vervolgens overgaan op de voorraden vetzuren. Zolang je niet boven je anaerobe drempel beweegt zullen het anaerobe systeem (de oplader) en het aerobe systeem met vetzuren (de fabriek) het samen redden om voldoende energie te maken.

Naarmate we een grotere inspanning gaan leveren is er meer zuurstof nodig om voldoende vetzuren te verbranden en gaat ons hart dus sneller kloppen, zodat het zuurstofrijke bloed sneller door ons lichaam wordt vervoerd. Daarmee komt er meer zuurstof aan bij de fabrieken en kunnen er meer vetzuren worden verbrand. Als we op 50% van onze maximale hartslag bewegen verbranden we 60% vet en 40% glucose.

Als we echter een grotere inspanning gaan leveren (boven onze anaerobe drempel) dan wordt er plots meer energie gevraagd. We halen, als we vanuit rust starten, de eerste seconden dan energie uit onze accu (ATP-CP systeem), vervolgens nog een aantal seconden uit de oplader (de glycolyse zonder zuurstof) en schalen in de tussentijd de fabriek op. Dit opschalen/ aanzetten van de fabriek kost ongeveer 2 minuten. De fabriek gaat hard aan de slag en zodra de accu leeg is en de oplader het ook niet meer redt draait de fabriek op volle toeren. Je ademt sneller en je hartslag is (ongeveer >60% van je maximale hartslag) Glucose wordt verbrandt tot energie op hoog tempo, er is te weinig, zuurstof, tijd en energie om ook veel vetzuren te verbranden. Als je op een hartslag van 75% van je maximale hartslag beweegt verbrand je nog maar 35% vet en dus 65% glucose.

Je oplader gebruikt nu ook zuurstof om energie te produceren en er komt daardoor melkzuur vrij, waardoor je spieren verzuren. Dat zuur kan de oplader in de glycolyse dan weer gebruiken om energie van te maken, net als van de glucose. Je loopt nu wel op je reserves.

En dan komt de man met de hamer… Er is te weinig glucose over in je lichaam, alle voorraden zijn op, en je kunt nu alleen nog maar vetzuren verbranden. Dit is zo inefficiënt dat je geen stap meer kunt zetten. Je krijgt een ‘hongerklop’. Je kunt niet meer verder. Je kunt niet presteren zonder glucose verbranding. Je zult suiker moeten innemen om weer voldoende energie te kunnen maken om verder te gaan.

Wat kan er mis gaan

1 De toegangsdeur voor zuurstof naar de tweede helft van de fabriek doet het niet goed

De fabriek bestaat uit 2 delen. In het eerste deel vind de citroenzuurcyclus plaats. In het tweede deel wordt alles uit de citroenzuurcyclus via 5 batterij achtige systemen omgezet in ATP (energie).

Q10 functioneert als een deur in de fabriek die zuurstof doorlaat de tweede helft van de fabriek in. Als dit niet goed werkt is er te weinig zuurstof om energie te produceren in het tweede gedeelte. Extra Q10 slikken kan helpen om de toevoer van zuurstof te verbeteren.
Het kan ook zijn dat er te weinig vetzuren of te weinig glucose in de fabriek aanwezig zijn en dan is er geen noodzaak om zuurstof toe te laten. Dat kan ook de reden zijn dat er te weinig zuurstof de fabriek in komt. Als er geen brandstof is dan is er ook geen zuurstof nodig.

Tijdens een inspanningsonderzoek kun je ontdekken hoeveel zuurstof door de fabrieken uit het bloed wordt gehaald.

Q10 is daarnaast ook een beschermer van vetzuren. Vetzuren kunnen namelijk oxideren (roesten zeg maar) als er zuurstof bij komt. Er mag pas zuurstof bij de vetzuren komen tijdens de verbranding in de fabriek. Q10 helpt ervoor te zorgen dat het zuurstof de vetzuren pas in de fabriek bereikt.

2 Er zijn te weinig kruiwagens om vetzuren de fabriek in te brengen.

L-carnitine functioneert als kruiwagen die de vetzuren de mitochondrien in brengen. Het slikken van L-carnitine kan er voor zorgen dat er meer kruiwagens zijn en er dus meer vetzuren de fabriek in komen. Vetzuren leveren meer energie op bij de verbranding dan glucose, maar het kost wel veel moeite om vetzuren te verbranden. Het kan dus wel helpen om meer energie te hebben als er meer vetzuren in de fabriek komen, maar omdat er ook meer zuurstof nodig is zal het zonder extra zuurstof geen nut hebben.

3 De glucosekraan gaat niet volledig open

Er is in onderzoek aangetoond dat bij een sub-groep van ME patienten de koolhydraten niet goed in de fabriek komen. De kraan die de glucose de fabriek in zou moeten laten gaat niet volledig open. Zonder koolhydraten in de fabriek heb je voortdurend een staat van ‘hongerklop’ of ‘de man met de hamer’. Je kunt slechts op heel rustig niveau functioneren waar je meer gebruik maakt van de vetverbranding, maar bij elke inspanning is het nodig om ook glucose te kunnen verbranden. Zo kunnen je hersenen alleen op glucose functioneren en ook je organen functioneren in eerste instantie op de glucose verbranding. Nu wordt er in de ‘oplader’ (glycolyse) wel wat glucose verbrandt, maar de fabriek maakt veel te weinig energie van glucose, omdat het niet binnen komt.

Hiervoor is nog geen ‘oplossing’ gevonden.

De fabriek werkt niet

Als je fabriekjes niet goed werken door te weinig voedingsstoffen of zuurstof gaat je hart sneller kloppen zodat het bloed sneller rond gepompt wordt. Dit alles in de hoop dat er meer voedingsstoffen en zuurstof bij de fabriek aankomen.
Als je fabriekjes stuk zijn is je hartslag dus sneller hoger.

 

Andere stoffen die invloed hebben op je fabriekjes zijn o.a. alfaliponzuur (verwijdert de afvalstoffen), omega-3 vetzuren, vitamine K en vitamine E,

Als je fabriekjes niet goed werken dan gaan ze roepen om extra zuurstof. Je hart gaat sneller kloppen zodat het bloed goed rondpompt en jij overal voldoende zuurstof in je lichaam hebt. Je hartslag komt dus heel snel boven je AD uit en dat is het moment dat je fabriekjes het niet meer trekken en je overschakelt op het systeem buiten je fabriekjes. Dat is dan ook de reden dat veel ME patiënten snel last hebben van verzuring. En het is dus ook duidelijk waardoor ME patiënten vaak (niet altijd) een hogere hartslag hebben bij activiteiten dan gezonde mensen (tenzij je medicijnen voor je hartslag/ bloeddruk neemt). ME patiënten zitten dus veel sneller boven hun AD (en gebruiken hun fabriekjes dus niet meer) dan gezonde mensen. Wil je opgeslagen vetzuren verbranden, omdat ze meer energie opleveren dan koolhydraten, dan zul je onder je AD moeten blijven bewegen en dat is voor sommige ME patiënten echt heel ingewikkeld!

En dan blijkt uit onderzoeken ook nog dat veel ME patiënten minder bloedvolume hebben. Minder bloed betekent ook dat je hart sneller moet slaan om het bloed (met zuurstof) rond te pompen. In een zwembad je oefeningen doen en steunkousen dragen kunnen helpen. Ook zijn er middelen als mestinon en fludrocortison die kunnen helpen. In Amerika is mestinon het nr 1 medicijn bij ME. In Nederland is dat nog niet zo en moet je heel goed kunnen onderbouwen waarom je een patiënt dit middel geeft. De inspectie in NL is daar erg streng op.

Er zijn ook onderzoeken die suggereren dat de fabriekjes het prima doen, maar dat het systeem buiten de fabriekjes het niet goed doet. De glycolyse zou niet goed werken. Maar dat is weer een heel nieuw en ander hoofdstuk waar ik ook nog niet het fijne van weet. Ik heb de onderzoeken nog niet kunnen lezen EN begrijpen. Het lezen is gelukt, het begrijpen nog niet. e.e.a. heeft wat meer tijd nodig dan vroeger toen ik nog gezond was. Maar over een aantal jaar begrijp ik het onderzoek en wat er hier fout gaat vast ook.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *